Strand Ambleteuse

Ben je al aan de Opaalkust?

Het is nog niet te laat om ons dossier te bestellen. Je kan het onmiddellijk downloaden na je betaling. Het dossier leest makkelijk op tablet en op smartphone.


Neuville-sous-Montreuil

Kloostergang Chartreuse de NeuvilleDe kartuizerabdij van Neuville (Nôtre-Dame des Prés) is een indrukwekkende abdij, waarvan we al gelijkaardige exemplaren hebben gezien in Pavia (nabij Milaan) en Padula (Cilento).  Ze ligt een tweetal kilometer ten oosten van Montreuil en is vanop de stadswallen nog net te zien.

De abdij kan bezocht worden (enkel met een franstalige gids). We geven daarom toch wat algemene informatie mee over de kartuizers in het algemeen en over de abdij in het bijzonder.

De Kartuizerorde werd gesticht door Bruno van Keulen. Hij gaf les in Reims, werd bisschop in Grenoble en aartsbisschop in Reims. Toen hij daar werd vervangen door de kandidaat van de paus, trok hij zich terug in het klooster van Robert van Molesmes, de stichter van de Cisterciënzers. In 1084 schonk Hugo van Grenoble hem een onherbergzaam stuk land in de buurt van Grenoble, waar hij zich met een aantal metgezellen terugtrok en er de basis legde van de kartuizer kloosterorde, genoemd naar het Massif van de Chartreuse. Hij verbleef zelf maar 6 jaar in de abdij en werd dan naar Rome geroepen door Paus Urbanus II, aan wie hij in Reims nog les had gegeven. De grondregels van de kloosterorde werden opgesteld door Guigues, de 5de prior van de Grande Chartreuse.

Enkele weetjes over de kartuizers

  • De kartuizers zijn een contemplatieve orde van kluizenaars die leven in afzondering, maar toch in gemeenschap. Door dit leven in gemeenschap kunnen de kartuizers zich volledig weiden aan het gebed en de comtemplatie.
  • De wapenspreuk van de kartuizers luidt : Stat crux dum volvitur orbis (de wereld draait, terwijl het kruis staat). De sterren bovenaan verwijzen naar de heilige Bruno en zijn zes metgezellen die de eerste abdij stichtten in de Chartreuse. Deze wapenspreuk is meestal te vinden bij de ingang van de abdij, samen de spreuk ‘o Bonitas’ (Goedheid), die verwijst naar de reactie de de H. Bruno zou gehad hebben bij het betreden van het stuk land dat hem geschonken werd.
  • Een laatste spreuk die je dikwijls aantreft met betrekking tot de kartuizers is ‘numquam reformata, quia numquam reformanda’ verwijst naar de leefregel van de kartuizers die nooit diende hervormd te worden, omdat er ook nooit van afgeweken werd en dus geen behoefte was aan hervorming.
  • De paters (les Pères) wonen ieder in een sobere woning. Dagelijks komen ze bij elkaar voor de misvieringen. Voor de rest hebben ze een zwijgplicht. De stilte kan enkel doorbroken worden in de kapittelzaal, waar ze regelmatig samenkomen.
  • De broeders (les Frères) wonen samen in het voorste deel van het klooster en voorzien in het levensonderhoud van de paters.
  • De prior, één van de paters, is de tussenschakel tussen de paters en de broeders.
  • Alle kartuizerkloosters zijn opgebouwd volgens eenzelfde structuur
    • Vooraan bevinden zich de vertrekken van de broeders en de werkplaatsen
    • In het midden staan de gemeenschappelijke vertrekken rond een kleine binnentuin : de kerk, de kapittelzaal, de bibliotheek
    • Achteraan liggen de ‘huisjes’ van de paters rond een grote binnentuin. Ieder huisje heeft 4 kamers en een eigen tuintje.

De abdij  in Neuville-sous-Montreuil werd gesticht in 1328 door de graaf Robert van Boulogne. In de loop der eeuwen werd ze meerdere keren verwoest. Na de verwoesting gedurende de Franse Revolutie werd ze pas in 1870 opnieuw opgebouwd.  In 1901, bij de invoering van de splitsing tussen Kerk en Staat, werden de monniken verdreven en ze verhuisden naar de abdij van Parkville in Engeland. Ze konden wel de meeste rijkdommen meenemen.

Toen werd ze in gebruik genomen als hospitaal en sanatorium. In de eerste wereldoorlog werd ze een militair hospitaal waar tevens grote aantallen vluchtelingen uit België werden opgenomen.  Na de tweede wereldoorlog werd de abdij een opvanghuis voor psychiatrische patiënten.
In 2000 werd de abdij verkocht aan de Zusters van Bethlehem. Die kwamen echter al vlug tot de vaststelling dat de restauratie teveel zou kosten. Door de ontdekking van de ‘huiszwam’ (Mérule) konden ze bovendien hun aankoop betwisten.

In 2008 werd de abdij aangekocht door een groep van privéinvesteerders, die de abdij geleidelijk aan restaureren.

Kloostertuin Chartreuse de Neuville

Let bij een bezoek nog op volgende aspecten :

  • Op de ingangspoort vind je het opschrift : Cartusia S. Mariae de Pratis (Chartreuse de Marie-des-Près). Daarboven het standbeeld van Maria, geflankeerd door de graaf van Boulogne die haar het eerste klooster schonk.
  • Op de eerste binnenkoer (la Cour d’honneur) zie je aan de noordzijde de verblijven van de broeders en en werkplaatsen. Aan de zuidkant bevindt zich de residentie van de bisschop (die hier maar éénmaal op bezoek was tussen 1870 en 1901).
  • De kapel is opgedeeld in een eerste deel voor de broeders, waar de donkere lambrisering symbool staat voor het wereldlijke. Daarboven staan de lichtere kleuren symbool voor het geestelijke. Op het balkon konden bezoekers (enkel mannen toegelaten) de diensten bijwonen.
    Het tweede gedeelte was voor de paters. De donkere wandbekleding werd door de zusters van Bethlehem overschilderd.
  • De kloostergang toont de bouwmaterialen (kalksteen uit de omgeving voor de muren), zwarte marmer van Soignies voor de vloer. De kloostergang is, in tegenstelling andere kloosters, afgesloten met glas als bescherming voor de regen en de kou. Van de oorspronkelijke glasramen is maar weinig meer overgebleven. De meeste ramen werden vernield door de inslag van een V1-bom in de tweede wereldoorlog.
  • In de kapittelzaal vind je opnieuw het contrast tussen de donkere wandbekleding en de lichtere kleuren bovenaan.
  • De bibliotheek bevatte zo’n 12.000 werken, die door de paters konden geleend worden. Ze werd in de eerste wereldoorlog gebruikt als slaapzaal en recreatieruimte (zelfs als cinema). In het kamertje links achteraan werden de ‘verboden’ boeken bewaard.
  • Rondom de kloostertuin liggen 24 verblijfplaatsen voor de paters. Ieder huisje heeft 2 kamers beneden, waar de paters hun wereldlijke werkzaamheden konden uitvoeren. Het tuintje konden ze vrij bewerken. Ze mochten er echter geen fruit of groenten in telen, waardoor ze hun levensomstandigheden zouden kunnen verbeteren.
    De bovenverdieping was de leefruimte, waar ze hun spirituele activiteiten uitoefenden.
  • Vanuit de kloostertuin zie je ook de twee torens, één voor het spirituele gedeelte, een tweede voor het wereldlijke deel.
  • Op de begraafplaats in de kloostertuin staan maar 6 kruisjes, zonder vermelding van de naam. Als een kruisje verging, ging men ervan uit dat ook het lichaam eronder vergaan was, en kon de grond dus opnieuw gebruikt worden.
  • Achter de begraafplaats liggen nog twee kleine kapellen
    • De kapel van de H. Benoit Labre, een kluizenaar uit de 18de eeuw, die van abdij naar abdij trok maar nergens werd aanvaard als pater. Hij werd de patroonheilige voor de thuislozen.
    • De dodenkapel. Tegenover deze kapel is een speciale woning, waar de oudste paters werden gehuisvest, zodat ze niet alleen dichter bij de kapel waren voor de diensten maar ook dichter bij de dodenkapel en de begraafplaats om hen eraan te herinneren dat ze ‘van stof en as waren en tot stof en as zouden wederkeren’.
  • In de eetzaal van de broeders worden soms thematische tentoonstellingen georganiseerd.

Bezoek voor groepen kan aangevraagd worden gedurende het ganse jaar. Individuele bezoekers kunnen enkel bezoeken van 11 april tot 1 november.  Er zijn rondleidingen om 11.00, 14.30, 15.30 en 16.30 uur. De toegangsprijs bedraagt 10 EUR.

Ontdek ons dossier

56 pagina's boordevol informatie


incl. voucher voor een gratis aperitief
bij La Marie Galante
voor je hele gezelschap.

Nu met gratis dossier Frans Vlaanderen.