Allihies

De Beara Peninsula

Dit schiereiland ligt tussen Bantry Bay en Kenmare Bay. Net als Mizen Head ligt het niet op de route van de klassieke rondreizen, waardoor het nog vrij ongeschonden is.

De WAW volgt getrouw de kusten, waarbij vooral het gedeelte tussen Dursey en Ardgroom zeer spectaculaire zichten oplevert. De wegen zijn er zeer smal, meestal éénvaksbanen. Maar er is, zelfs in het hoogseizoen, zo weinig verkeer dat dit zo goed als geen problemen oplevert.

Op het kaartje hieronder wordt de Beara Way aangeduid in het rood. Dit is een lange afstands-wandelpad dat over het schiereiland loopt.

Op Beara Peninsula liggen twee bergketens. De Caha Mountain, met als hoogste top de Coomnadiha (644 meter) en de Slieve Misky Mountains, met Hungry Hill als hoogste top (685 m)

Enkele noord-zuid verbindingen lonen zeker de moeite om af te wijken van de WAW :

  • Healy Pass Road, tussen Adrigole en Lauragh
  • Tunnel Road, tussen Glengarriff en Kenmare

Glengarriff is het meest bekende dorp, waar je een boottochtje kan maken naar Garinish Island. Castletownbere is een drukke vissershaven. Allihies en Eyeries zijn kleurrijke dorpjes. In Dursey vind je de enige kabelbaan van Ierland, die je door de lucht naar het eiland Dursey brengt.

Op Beara vind je talrijke prehistorische sites : in de buurt van Allihies werd al sedert het Bronzen Tijdperk koper gevonden. Er zijn talrijke menhirs, steencirkels, wedge graven en ring forten. Om alles rustig te kunnen bezoeken heb je minstens twee dagen nodig.

Glengariff

Glengarriff ligt aan het einde van de Bantry Bay. Het is een klein stadje, er loopt in feite maar 1 straat langs de oevers van de baai. Voor de kust liggen een aantal kleine eilanden, waarvan Garinish het meest bekende is.

Op de hoofdstraat vind je meerdere souvenirwinkels. In de buurt van Glengarriff heb je enkele bezienswaardigheden die echt wel de moeite waard zijn.

Garinish Island

Dit eilandje ligt op een 500 meter voor de kust. Het wordt ook Ilnacullin genoemd, om verwarring te vermijden met een ander eilandje dat eveneens Garinish wordt genoemd.

Er zijn twee maatschappijen die je met de boot naar het eiland brengen : de Garinish Island Ferry (aan Glengarriff Pier – rood driehoekje rechts op de kaart) en de Blue Pool (rood driehoekje links op de kaart). Tussen 10 uur en 17 uur heb je om het half uur een verbinding naar het eiland.

Op je tocht naar het eiland vaar je langs enkele rotsen waarop talrijke zeehonden zich laten bewonderen. Er zouden zo’n 250 zeehonden in de baai van Glengarriff leven. Sedert kort leven er ook enkele zeearenden, die soms in één van de bomen te zien zijn. Daarvoor moet je echter wat meer geluk hebben.

Het eerste bouwwerk op het eiland was de ‘Martello Tower’, een versterking die gebouwd werd tegen een mogelijke aanval van Napoleon in het begin van de 19de eeuw. Deze aanval zou er trouwens nooit komen.

In 1910 kocht Annan Brice het eiland en liet er een woonhuis en een tuin aanleggen door de tuinarchitect Harold Peto. In de tuin groeien heel wat subtropische planten, wat mogelijk is omdat de Golfstroom het eiland opwarmt. In 1953 droeg de familie Brice het eiland over aan de Ierse staat.

Op het eiland staan enkele kleinere bouwwerken: het Italiaans paviljoen en een Griekse tempel die geen historische waarden hebben, maar wel feeëriek in het landschap zijn ingebouwd. De wandeling door de tuinen is kort, maar duurt minstens een uur.

In het hoofdgebouw is sedert korte tijd de Brice stichting gevestigd. Het gebouw kan bezocht worden met een gids.

Glengariff Zeehonden
Zeehonden

 Garinish
Garinish Island

Ewe Sculpture Garden
Ewe Sculpture Garden

Ewe Sculpure Garden

Deze tuin ligt op de weg naar Kenmare, enkele kilometers buiten Glengarriff. Rond een kleine waterloop, met een waterval, is een beeldentuin gemaakt, dikwijls met afvalmaterialen. Je krijgt er enkele ecologische boodschappen mee, die echter verpakt worden in mooie poëtische teksten die je meenemen op een wonderlijke reis door een adembenemend woud.

Er is maar een kleine parking. Voorzie minstens twee uur voor een bezoek aan de tuin. Enige kennis van het Engels om de talrijke informatieborden te kunnen lezen is wel nuttig.

Glengariff Woods Nature Reserve

Dit reservaat ligt eveneens op de weg naar Kenmare, enkele kilometers buiten Glengarriff, maar korter bij dan de EWE gardens. De ingang, aan de linkerkant van de weg is vrij onopvallend en staat nauwelijks aangegeven. Rijd dus niet te snel en aarzel niet om de poort binnen te rijden. Als je er voorbij bent, moet je een eind verder vooraleer je rechtsomkeer kan maken. In de 18de eeuw werd het hout van de bossen rond Glengarriff gebruikt door de lokale ijzersmelters. De bossen werden in 1751 aangekocht door de familie White, de eigenaars van Bantry House. Ze maakten er een jachtgebied van, waardoor de bossen beschermd werden tegen een overdadige exploitatie.

De 2de Earl van Bantry plantte verschillende hectaren Scot’s pine (Schotse den), waarvan er momenteel nog enkele overblijven. In 1955 werd verwierf de Ierse staat 380 ha voor commerciële exploitatie. Er werden volop coniferen geplant en de oudste eiken werden geveld. In 1991 werden 301 ha uitgeroepen als Natural Reserve. Die worden nu onderhouden door de National Parks & Wildlife Service.

In het park lopen talrijke wandelpaden, die allemaal vertrekken aan het parkeerterrein. Beschrijvingen hiervan vind je in ons dossier.

Dursey Island

Dursey is een eiland op de tip van het Beara Peninsula. Het is slechts 6 op 1.5 km groot. Er zijn enkele wandelwegen, maar geen pubs, restaurants of winkels.

De verbinden met het ‘vasteland’ gebeurt per boot of met een ‘cable car’, die plaats biedt aan 6 personen of … 1 koe. De trip met de cable car kan ons echt niet bekoren. Voor het uitzicht moet je het echt niet doen, want de cabine lijkt eerder op een schoenendoos met enkele ‘schietgaten’ erin. En toch was er toen wij er waren geen plaats meer : ‘alles volzet’.

Interessanter lijkt ons de Garnish Loop, een lusvormige wandeling, waarvoor je wel een tweetal uur moet uittrekken. Die volgt de kust tussen Dursey Point en White Strand over een typisch kustlandschap, waarbij je over een bruggetje moet (een style) om toegang te krijgen tot het gebied waar ook de schapen rondlopen.

De wandeling loopt gedeeltelijk over de weg. Je kan er eventueel ook voor opteren om langs het kustpad terug te keren. Als het druk is, kan je eventueel ook parkeren aan het White Strand en de wandeling vandaar starten.

Dursey Cable Car
Dursey Cable Car

Dursey
Wandelen op Cape Dursey

Allihies
Allihies

Allihies

Allihies is het volgende dorpje op de route. Als je terug op de R575 bent, ga je de Bealbarnish Gap (of Barnes Gap) door. Even verder zijn er aan de rechterzijde enkele parkeerplaatsen vanwaar je een schitterend uitzicht hebt over Allihies, met het witte zandstrand en de kleurige huisjes even verderop in het dorp als herkenningspunten.

Je kan links afslaan naar het strand. Rechtsaf gaat het naar het dorpje. Bij het binnenrijden daarvan zie je op de rechterkant het Allihies Copper Mine Museum, dat ondergebracht is in een oud, maar toch modern aandoend, kerkje.

Het centrum van het dorpje ligt even verder. In de kleurrijke huisjes vind je gelegenheid om iets te eten en te drinken.

De koperontginning in Allihies gaat al terug tot in het Bronzen tijdperk. Het Allihies Copper Mine Museum toont het leven van de mijnwerkers en de technieken die ze gebruikten. Er is ook een café en een kunstgalerij.

In en rond het dorp kan je een wandeling maken langs de Copper Mine Trail. Deze voert je langs 6 mijnsites, in het midden van een overweldigend landschap.

The WAW op zijn best

Vanaf Allihies rijd je door een uniek landschap, met prachtige uitzichten. Op de smalle baantjes haal je nauwelijks 30 km/uur, maar dat geeft je de gelegenheid om toch eens links en rechts te kijken. Er is nauwelijks verkeer. Je kan dus gerust eens halt houden, midden op de weg. De weg kronkelt naar omhoog, je kan omhoog wandelen aan Eagle Hill. Vervolgens gaat het langs de noordkant van het schiereiland naar Eyeries.

In Eyeries rijd je het dorpje in, je kan de wagen achter de kerk parkeren en een kleine wandeling maken in de hoofdstraat van het kleurrijke dorpje.

Blijf na Eyeries de WAW volgen. Neem daarbij niet de verkorte weg naar Ardgrome, maar neem de extensie die je langs de rand van het schiereiland leidt.

Ten noordwesten van Ardgroom kan je een mooie wandeling maken op de noordelijke tip van het schiereiland. De Pulleen Loop start bij de Cuas Caves op de WAW (er is wel geen echte parking bij het vertrek). Je krijgt er talrijke mooie uitzichten op de Kenmare Bay en een heel wat historische en archeologische sites. Je komt ook langs een aantal zeegrotten en een klein strandje nabij Dog’s Point. Voorzie 2 à 3 uur voor deze wandeling en goede wandelschoenen.

Voorbij Ardgroom kom je weer op de N571. In de buurt van Lauragh kom je weer in een mooie baai (Kilmackillogue harbour). Voor ons was het al te laat om hier nog verder op verkenning te gaan.

Voorbij Lauragh verlaat je opnieuw de N571 als je de WAW wil volgen. Je kan ook opteren voor de N571, die je op een half uurtje naar Kenmare brengt.

Eyeries
Eyeries

The Wild Atlantic Way nabij Ardgroom
The WAW op zijn best

Ardgroom
nabij Ardgroom

Bestel ons dossier